|
Schildersverdriet
november 2008
VAN DE
VOORZITTER
Paul de Vries
Werken aan een ander atelier.
Natuurlijk weet u allemaal dat
het bestuur bezig is met het zoeken naar betere huisvesting voor onze
club. De steile trappen worden voor velen van ons een steeds zwaardere
handicap. U weet ook dat het bestuur al 2,5 jaar in gesprek is met de
gemeente. We hebben het oog op een mooi gebouw in het centrum van Roden
waarvan de gemeente de eigenaar is: de Ada Scholtensschool. Op een paar
ledenvergaderingen hebben we u verteld wat de reden is om juist dit
gebouw te kiezen. Dat herhaal ik dus maar niet meer. Het bestuur meent
dat het tijd wordt om u te informeren over de laatste acties. In
september hebben we een bezoek gehad van een gemeenteambtenaar, mevrouw
Roeters, die gaat over huisvesting en over ruimtelijke ordening in
Noordenveld. Zij beslist natuurlijk niets maar ze bereidt wel beleid
voor en informeert de politici in de raad. Begin oktober heeft het
bestuur het initiatief genomen om de voorzitters van alle raadsfracties
uit te nodigen voor een werkbezoek. Zij kunnen dan met eigen ogen zien
waarom wij vinden dat de trappen moeilijkheden opleveren voor een
toenemend aantal leden. Op woensdag 9 oktober hadden we de eerste
fractievoorzitter op bezoek, de heer Alssema van het CDA. Ik had een
nuttig gesprek met hem en hij zag in wat er aan de hand was. Er is hem
verteld hoe belangrijk TSR is voor de gemeenschap van Noordenveld. Zijn
reactie was dat hij beloofde zijn invloed te gebruiken in de raad en hij
zou gaan spreken met wethouder Keizer. Het bestuur zal u op de hoogte
houden van de vorderingen.
VAN
HET BESTUUR
Greet
Westenbrink
Uitslag
Enquête Workshop
In het
voorjaar hebben we een enquête gehouden om meer inzicht te krijgen in de
behoefte onder de leden naar workshops. De respons was redelijk groot te
noemen: zo’n kleine honderd leden hebben het formulier ingevuld.
Het bleek
dat 63 leden graag aan een workshop wilden meedoen tegen 31
afwijzingen.
Wat het
thema betreft ging de voorkeur uit naar ‘portret’( 41 stemmen), daarna
‘abstract’ (31).
Ook ‘
compositie’ en’ naaktmodel’ kregen vrij veel voorkeurstemmen.(24 en
21)
Wat de
tijd van het jaar betreft had het najaar duidelijk meer voorkeurstemmen
dan het voorjaar: 57 tegen 19. Het aantal hele zaterdagen voor een
workshop schommelde tussen de 1 en 2 : 31 tegen 26. De voorkeur naar één
hele zaterdag of alleen een morgen was ook bijna gelijk: 33 tegen 31.
Naar
aanleiding van deze uitslag hebben we meteen een workshop ‘portret’
georganiseerd voor twee hele zaterdagen met hetzelfde programma.
Helaas kon de workshop van 4 oktober niet doorgaan wegens te weinig
deelname. Dat verbaasde ons nogal gezien de getoonde belangstelling
in de enquête. Gelukkig is 11 oktober wel doorgegaan met 14
deelnemers. Bij voldoende belangstelling wordt in het voorjaar een
vervolgcursus ‘portret’ gegeven waarin ook met verf wordt gewerkt.
Op dit
moment hebben we nog geen andere workshops in de planning.
EXPOSITIE
VASALIS
Greet
Westenbrink
9 t/m 27 februari
2009
Volgend jaar 13 februari herdenken we de honderdste geboortedag van
Vasalis. Vasalis is het pseudoniem van mevrouw Margaretha Drooglever
Fortuyn-Leenmans, een klassieke omzetting van haar meisjesnaam. Zij
woonde met haar gezin in het witte huis aan de bosrand in de
Maatlanden in Roden. Al in 1940 publiceerde zij haar eerste
gedichtenbundel: ’Parken en Woestijnen’. Nauwelijks een jaar later
verscheen de tiende druk al. Gerard Reve had als commentaar: “Ze
schreef niet gezwollen, maar zo eenvoudig mogelijk. Dat bestond voor
de oorlog helemaal niet”. Haar laatste bundel verscheen in 1954:
‘Vergezichten en gezichten’. Daarna lag voor haar de nadruk op een
ander bestaan, dat van kinderarts. Later specialiseerde zij zich in
de kinderpsychiatrie en bleef daarin tot haar pensionering. Na haar
overlijden hebben haar kinderen haar laatste gedichten uitgegeven in
de bundel: ‘De oude kustlijn’.
In
Roden wordt er veel aandacht besteed aan deze herdenking door
Verkuno die dan exposeert in het Koetshuis. Wij hebben contact gehad
met de bibliotheek om daar te mogen exposeren. De reactie was heel
positief. Van 9 t/m 27 februari kunnen wij daar terecht met ongeveer
20 schilderijen op basis van een aantal van haar gedichten.
Intussen ligt er al een aantal gedichten ter inzage op het atelier.
Wie mee wil doen kan zich opgeven op de intekenlijst op het
prikbord. Vermeld ook het nummer van het gedicht dat je uitgezocht
hebt, dan zorgen wij dat je een kopie krijgt. De techniek is naar
keuze, de afmeting mag niet groter dan 60 x 80 cm. inclusief lijst.
EXPOSITIES
Expositie
in kerkje van Rottum

Van half december tot half
februari exposeer ik in het kerkje in Rottum. Dit kleine dorp ligt in
het noorden van de provincie Groningen tussen Kantens en Usquert.
Het kerkje is de hele week open
en om de veertien dagen is er een vesper.
Ook met de Kerstdagen is er een
feestelijke dienst. Verder worden er lezingen en concerten gegeven. Ik
ben bezig schilderijen te maken van het Groninger landschap en de Wadden
voor deze expositie.
Greet Westenbrink - Feijen
Geke Buist
exposeert in de Bibliotheek te Roden van 14 november t/m 19
december 2008 tijdens de openingsuren.
Tina Woldringh
exposeert in de Brinkhof te Norg van 20 december 2008 t/m
6
februari 2009
MEDEDELINGEN
van het
Bestuur
Verf door de gootsteen.
Steeds
meer cursisten stappen over van olieverf naar acryl. Het voordeel is
dat je geen terpentine meer hoeft te gebruiken waar andere cursisten
last van kunnen hebben. Dit valt trouwens heel erg mee als je
reukarme terpentine gebruikt. Maar een nadeel van acrylverf is dat
de kwasten en soms ook het palet onder de kraan worden afgespoeld.
Dit is
echt heel milieu-onvriendelijk. Veeg de kwasten eerst zoveel
mogelijk af op oude kranten of met een doek. Daarna met groene zeep
schoonmaken. Het palet zeker niet onder de kraan afspoelen. Gebruik
een weggooipalet of weggooi bordje en deponeer dit na afloop in de
grijze container. In de verbrandingsoven is dit minder schadelijk
voor het milieu.
Kunstmarkt 2008
Harma
Pama
Eerlijk gezegd had ik er niet zoveel zin in
om op de kunst markt te gaan schilderen, in de stand van TSR. Ik
lag er ‘s nachts zelfs een beetje wakker van. Ik zag al rijen
kritische mensen langs schuifelen en lelijke opmerkingen maken over
mijn schilderwerk. “Nou die kan er ook niet veel van”, of zo iets.
Of misschien zou het de hele dag plenzen.
Het
was fris winderig weer, maar droog, die zaterdagmorgen. Bij de doorgang
van de Albertsbaan naar de Heerestraat had de firma Prokan een rode tent
met de tekst Talens er op geplaatst. Er hing ook al een opvallende witte
spandoek met Teken en Schilderclub Roden er op. Tineke Oberink stond
klaar met een zakje touw een paar wasknijpers en een schaar. De
voorzitter was er, die zou ook gaan schilderen in de stand. Dat luchtte
al op. Een paar mensen hadden wat werk meegenomen. Met vereende
krachten, klemmen en wasknijpers werd het werk tegen de tentwand
gehangen of op tafelezels gezet. Zo ontstond de rommelige sfeer van een
atelier. Ik vond het werk tegen de knalrode wand prachtig uit komen, het
gaf een effect zoals op de Ploegafdeling van het Groninger Museum of het
interieur van het nieuwe Martini-ziekenhuis.
Het eerste
uur kwam er flink wat volk langs gelopen, maar naarmate het
parkeerterrein voller raakte nam het aantal mensen dat langs liep af.
Als er dan toch iemand aan kwam, moest hij of zij zo dicht langs de
kraam lopen, dat er bijna altijd even opzij werd gekeken en een praatje
gemaakt. Een aantal vrije tijdschilders uit alle windstreken passeerden,
“ja ik schilder ook bij zo’n club”. Zo kwam er een man afkomstig uit Schagen die ter plekke een
prachtig portret ging maken. Er kwamen natuurlijk TSR leden langs
voor support. En gelukkig ook verschillende mensen die informatie
vroegen over TSR. Daarvoor stonden we er toch eigenlijk.
Het
schilderen ging heel ontspannen, ik had helemaal geen erg meer in de
omgeving. Tussen de middag liep ik nog even door de Heerestraat
over de eigenlijke kunstmarkt. Het was vol drukte en kleur van
mensen, kramen en kunst. Wat stonden wij dan lekker rustig.
Aan
het einde van de dag aten we tevreden een gebakken visje op het
terras van de visboer. Ik keek terug op een gezellige en ook
productieve dag, want ik had wel drie schilderwerken gemaakt!
GEDICHT
 |
zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit van
een zeil
in en de
wind steekt op
uit: 'In druk', 1965.
Schrijver: Wllem Hussem
|
SIERK
SCHRÖDER IN EELDE
Paul de Vries
Eind
juni van dit jaar was een groot deel van de dimo-groep in de
Buitenplaats in Eelde.
De reden
was de grote tentoonstelling van werk van Sierk Schröder, een
belangrijke portretschilder. Sierk Schröder (1903-2002) is vooral bekend
om zijn portretten en stillevens. Een rode draad in het oeuvre van Sierk
Schröder (1903-2002) vormt zijn fascinatie voor het vrouwelijk naakt. In
honderden krijttekeningen, aquarellen, pastels en olieverfschilderijen
legde hij zijn modellen vast.
Hij wordt
vaak in één adem genoemd met Jozef Israëls, Jan Veth en Jan Sluyters.
Hij schilderde vaak leden van de koninklijke familie, en bekende
Nederlanders zoals Caro van Eyck en kardinaal Willebrandts van wie er
afbeelding hingen in de Buitenplaats.
Paul de
Vries verzorgde een rondleiding; hij is een groot liefhebber van de
schilderijen van
Schröder en had de
tentoonstelling al vier keer bezocht. Het werk van Schröder kreeg veel
aandacht van onze leden. Het was een gezellige en inspirerende
dinsdagmorgen.

EXPOSITIE IN HET
KOETSHUIS
Tineke
Oberink
28
augustus – 7 september 2008.
Omdat
onze jubileumexpositie, maart 2007, in het Koetshuis een groot
succes was, heeft het bestuur er bij de Culturele Kring op
aangedrongen, de leden van de TSR vaker in de gelegenheid te stellen
in deze prachtige ruimte hun werk te laten zien. Aanvankelijk zou
dat in het voorjaar van 2008 zijn, maar de werkwijze van de
Culturele Kring zorgde ervoor dat de TSR aan het einde van de
zomervakantie ingeroosterd werd.
“
Beter iets, dan niets”, dacht het bestuur en startte in het voorjaar
met het samenstellen van een expositiecommissie: Maja de Ruiter,
Gerda Thörig en Gerrie Hoitink. Besloten werd om van iedere groep
vijf leden te laten exposeren met een werk van maximaal 60x 70 cm.
De commissie heeft de groepen bezocht, tekst en uitleg gegeven, 5
leden (geloot) geselecteerd, en een suppoostenrooster opgehangen,
zodat vrijwilligers zich konden opgeven.
De
grote handicap van deze expositie (en de organisatie ervan) was, dat
alles voor de vakantie geregeld moest zijn. En dat is gelukt!!!!
En
toen kwam het verzoek van de organisatie van de “Buiten Bezig” beurs
om onze tentoonstelling al op zaterdag 6 september op te ruimen,
i.v.m. hun beurs op het Mensingeterrein. op 7 september. Daar voelde
het bestuur van de TSR niets voor en een goed gesprek met de “BBB”
organisatoren leidde er toe, dat de TSR kon blijven hangen en dat de
leden van de TSR op vertoon van hun lidmaatschapskaart vrij entree
tot het terrein en het Koetshuis hadden.
Op
woensdag 27 augustus werden de schilderijen per groep in het
Koetshuis gebracht, zodat het “ophangteam”, de tijd had de werken
per groep op te hangen. De 65 prachtige doeken vormden een unieke
expositie.
De 5
“Jubileumbakken”, die nog niet verkocht waren, vonden een plaats in
de hal. De suppoosten hebben genoten van de tentoonstelling en de
reacties van de vele bezoekers. Gedurende de eerste negen dagen
konden 310 bezoekers worden geteld. Op zondag 7 september werd er
druk geturfd: 681 kijkers hebben de schilderijen van onze leden
bekeken!! En er werd niet alleen gekeken, er werd ook gekocht.
Liefst 5 schilderijen van onze TSR leden vonden een andere eigenaar.
Ook alle “Jubileumbakken” zijn verkocht!!!
Het
bestuur is van mening, dat een dergelijke tentoonstelling in het
Koetshuis elk jaar zou moeten plaatsvinden. De onderhandelingen
daarvoor zijn al weer gestart.
De leden,
die hebben meegeholpen met de organisatie, het brengen, afhalen,
ophangen, suppoosten, worden heel hartelijk bedankt!!!
Enkele
opmerkingen van bezoekers:
- Het plezier spat eraf!
- Het is een geweldig
resultaat om zo van verschillende clubleden het werk te zien..
- Wat een mooie dingen!
- Wat een variatie aan
technieken en kleuren. Hulde! Mooi!
- Bedankt, ik heb
genoten en geleerd van het verschillende effect van technieken.
- Een hoog niveau!
- Als leek vind
ik dit amateurwerk van een opmerkelijk hoog niveau!
- Een boeiende
expositie!
- Mooie, verzorgde
tentoonstelling!!
En van
de suppoosten:
- We vonden het
gezellig om hier te zitten tussen al deze fleurige en kunstzinnige
producten. Buiten is het kil, maar binnen zijn de kleuren warm.
Hulde aan al deze mensen!
KOMISCHE SITUATIE
Anca, Nel en Diny (dimo)
Wij gingen onze werken
ophalen.
De dinsdagmorgengroep had
een paar maanden geëxposeerd bij Huize Bernlef te Groningen. Tijdens
het ophalen van de schilderijen ontstond grote hilariteit door
miscommunicatie tussen de bewoners en het ophaalploegje van de TSR.
In het
gebouw zijn twee liften aanwezig, waarvan eentje door de wasman een
paar uur werd geblokkeerd.
Dus
gingen we met zijn drietjes tussen de bewoners door met de kar naar
de tiende verdieping om van bovenaf aan de schilderijen op te halen.
Dat was op zich al een tijdrovende toestand met bewoners van
tachtig-plus. Wij moesten met één lift tien verdiepingen op en neer.
Met
engelengeduld wachtten wij steeds weer op de lift om met de kar een
verdieping te kunnen zakken. Want wat de wasman deed met de ene lift
wilden wij vooral voorkomen met de andere lift. Er rees een plan om
per verdieping met de trap af te zakken de schilderijen alvast
reisklaar bij de lift te zetten. Een zeer bereidwillige bewoner
heeft ons met zijn sleutelkaart naar het trappenhuis begeleid. We
zouden vanaf dit trappenhuis zonder sleutel weer naar binnen kunnen.
Helaas, de man had het mis. En dat is een groot probleem als je op
de tiende bent en je net met je pas geopereerde knie boven aan
twintig trappen staat.
Geen
punt, dacht ik, mijn benen zijn nog goed. Ik vlieg wel even die
trappen af, haal een sleutel en ga met de lift naar boven om haar op
te halen.
Beneden
gearriveerd passeerde ik de lift, waar - hoe bestaat het - die
meneer in zijn elektrokar net uit de lift kwam rijden. Snel vertelde
hij, dat je vanaf het trappenhuis niet zonder sleutelkaart naar
binnen kunt maar dat ik bij de balie om een tijdelijke sleutel kon
vragen.
Volgens hem was dat echter niet nodig, want mijn collega was al
bevrijd. Ik met de lift tien omhoog, waar de collega met de kar
meldde dat onze andere collega nog steeds zat opgesloten in het
trappenhuis.
Opnieuw naar beneden en toch maar een sleutel geleend, waar - en
terecht - voor getekend moest worden. Echter wel na een
telefoongesprek van tien minuten - en koud dat het was in het
trappenhuis! Maar eindelijk, gewapend met een reservesleutel, konden
we de ongelukkige collega na 45 minuten bevrijden en beginnen met
ons afhaalwerk.
Maar
hoe kan het anders met drie vrouwen! Er is ondanks alles wel heel
wat afgelachen.
WORKSHOP PORTRET
Marianne Verbeke
Op
zaterdag 11 oktober gaf Jelly van den Bosch een workshop
Tijdens
ons eerste kopje koffie kregen we een korte inleiding over de
portretschilderkunst door de eeuwen heen aan de hand van illustraties
uit handboeken en naslagwerken die Jelly daarvoor meegebracht had.
Daarna legde zij uit hoe we bij het portrettekenen te werk zouden gaan.
We kregen
daarbij niet eerst een theorieles over hoe een hoofd in elkaar zit met
z’n onderlinge verhoudingen en afmetingen, maar de bedoeling was dat we
vanuit onze eigen waarneming zouden werken en daarbij het gezicht
beschouwen als een geheel van licht‑ en schaduwvlekken.
Het
ontspannende was dat we niet gedwongen waren binnen een bepaalde
tijdslimiet even snel wat schetsen te maken, maar we mochten gewoon in
ons eigen tempo aan het werk.
De
werkplekken waren verdeeld over tekentafels en schildersezels, zodat je
of zittend of staande kon werken. Bij dit soort workshops is het
noodzakelijk dat iedereen vrij dicht op het model zit en dat was
jammergenoeg vanwege het grote aantal deelnemers een probleem. We zaten
of stonden erg dicht op elkaar, en zo nu en dan even de noodzakelijke
afstand nemen van je werk was daardoor lastig.
Tussen de
middag liet Jelly ons een filmopname zien van de manier waarop bij haar
een portret tot stand komt. Het was fascinerend om te zien hoe zij,
zelfs zonder van te voren te schetsen, direct met olieverf aan het
portret begint en zo tot een indrukwekkend resultaat komt. (Misschien
zou het voor het bestuur een goed idee zijn Jelly te vragen om hier
tijdens een jaarvergadering eens wat over te vertellen en te
tonen.)

Omdat je
op iedere plek weer vanuit een ander gezichtspunt naar het model kijkt,
hebben we voor de middagsessie van plaats gewisseld. Uiteindelijk nam
ieder als resultaat van deze dag twee portretten mee naar huis.
Wat bij
mij ten aanzien van deze workshop een plezierige indruk achter liet, was
dat het allemaal zo perfect voorbereid en georganiseerd was. Er kwam
veel interessants aan de orde, maar toch zijn we het grootste deel van
de tijd zelf aan het werk geweest.
Frieda
Tolman, het bestuurslid dat de hele dag aanwezig was om voor de
inwendige mens te zorgen, stond op het juiste tijdstip steeds weer klaar
met koffie, thee of soep. En Jessica Nauta was, ondanks haar gebrek aan
ervaring in het poseren, een voorbeeldig en vooral
mooi en
interessant model. Al met al was het een welbestede dag, waar volgens
mij alle deelnemers veel aan gehad hebben.
Paul Citroen ( 1896-1983)
Paula Radius
Het is
me niet gelukt modern te zijn.
Binnenkort
gaan de domo en domi groep naar een expositie over Paul Citroen in het
Zwolse museum de Fundatie. De introductie daar is een groot banier met
zijn zelfportret dat tussen twee pilaren bij de ingang hangt. Dat
zelfportret maakte hij na het verlaten van de kunstacademie te Berlijn.
Je ziet een jongeman die vol zelfvertrouwen de wereld inkijkt.
Paul
Citroen, zoon van een joodse bonthandelaar uit Amsterdam en een
Duits-joodse moeder, groeide op in Berlijn. Zo vol zelfvertrouwen als
hij de academie verliet, zo verslagen voelde hij zich na een bezoek aan
de Berlijnse galerie Der Sturm van Herwarth Walden. Daar zag hij voor
het eerst werk van futuristen, expressionisten en schilders als
Kandinsky, die net de abstractie hadden ontdekt. Bijna was hij gestopt
met tekenen en schilderen. Uiteindelijk begon hij aan een opleiding als
boekhandelaar.
In 1916
startte hij op verzoek van Herwarth Walden een boekhandel bij diens
galerie Der Sturm. Behalve in boeken handelde hij ook in Duitse
avant-garde kunst, Dada-kunstenaars en fotomonteurs. Door hun invloed
begon hij zelf ook foto’s en prentbriefkarten te knippen en te plakken
tot ‘Klebebilder’ zoals hij dat noemde. In Zwolle zijn daar prachtige
voorbeelden van te zien: Metropolis (1923).
Hoewel hij
door het contact met Dada terugkeerde tot zijn bestemming bleef hij toch
een buitenstaander. Hij kon niet meegaan in de anarchistische idealen
waar de andere dadaïsten vol van waren. In zijn latere leven noemde hij
zijn collages ‘fröbelwerk’ en de antikunst van de dadaïsten ‘mesjogge’.
In 1923 volgde Paul Citroen een ‘Vorkurs’ bij het Bauhaus te Weimar.
Daar leerde hij dat de vorm van een kunstwerk moest ontstaan uit het
materiaal en dat het tekenen ook een fysieke bezigheid was waarbij het
hele lichaam betrokken moest zijn. Je moest ‘zuchten’ bij het tekenen
zodat het ritme van het lichaam overging in de tekening.
Citroen
heeft alle kunstrichtingen uitgeprobeerd en daarna weer verworpen. Hij
schrijft: “ik moest eerst de gehele nieuwe kunst meemaken, doorgronden
en uitproberen voordat ik, die in alle moderne stromingen was
ondergedompeld, mij [...] kon overgeven aan mijn eigen richting.”

In 1928
vestigde hij zich in Nederland alwaar hij in 1933 zijn Nieuwe
Kunstschool begon. Na twee jaar werd hij docent aan de Haagse academie.
In die tijd kwam een nieuwe kunststroom op: ‘de Nieuwe Zakelijkheid’
waarbij in een variant op de academische schildertrant de werkelijkheid
in hechte kleurvlakken en vereenvoudigde
vormen weergegeven werden. Hij
had er geen goed woord voor over: de schilders schakelden hun gevoel
uit, hij vond hun werk bekrompen en ‘kundige kitsch’. Maar eind jaren
dertig maakte Citroen juist in deze stijl zijn beste portretten. In deze
grote schilderijen zonder achtergrond, waarin hij elke detaillering of
suggestie van beweging vermeed, waarin totale stilstand heerst, gaf hij
ruim baan aan de melancholie, die niet doorsloeg naar sentimentaliteit.
Dit is bijvoorbeeld goed te zien in het Portret van de zangeres Chaja
Goldstein (1938)
Uittreksel
uit: NRC - 10 oktober 2008
Schrijfster: Lien Heyting.
PERSPECTIEF BIJ VAN GOGH
Vincent
van Gogh blijkt af en toe gebruik te hebben gemaakt van een
perspectiefraam. Onderzoek op basis van infraroodfotografie, dat al
eerder werd toegepast bij de bestudering van een schilderij met een
ophaalbrug, is opnieuw ingezet bij een uitzicht op de ’’Brug bij Clichy’’.
In de onderliggende tekening zijn duidelijk sporen aangetroffen van
horizontale, verticale en diagonale potloodlijntjes.
In
een brief aan zijn broer Theo vertelt hij hoe het perspectiefraam
eruitziet.
Waarde
Theo,
In mijn
vorigen brief zult ge een krabbeltje gevonden hebben van dat bewuste
perspectiefraam. Daarnet kom ik van den smid vandaan die ijzeren punten
over de stokken heeft gemaakt en ijzeren hoeken over het raam. Het
bestaat uit twee lange palen. Met sterke houten pennen gaat het raam
daar aan vats. [..].
Dit
maakt dat men op ‘t strand of op ‘t weiland of op de akker een kijkje
heeft als door ‘t venster. De loodlijnen en waterpaslijnen van ‘t raam,
verder de diagonamlen & het kruis - of andes een verdeling in kwadraten
geven vast en zeker eenige hoofdpunten waardoor men met vastheid een
teekening kan maken die de groote lijnen en proporties aangeeft.
BUITEN SCHILDEREN op domi
Paula Radius
“Jammer
hè, dat het atelier in de zomervakantie dicht gaat. De meesten van ons
gaan al in het voor- of najaar met vakantie. Zullen wij eens proberen
om buiten te schilderen?” , zei ik tijdens de koffie.
Men
reageerde enthousiast en we maakten meteen een afspraak voor de volgende
donderdagmiddag.
Omdat
het de eerste keer somber weer was zochten we een locatie op waar
je, indien nodig, kon schuilen: de kinderboerderij. Tijdens een
hevige stortbui konden we in de serre terecht, tegenover de hertjes.
Die werden net gevoerd, dus we hadden er goed zicht op. Helaas,
zodra we de eerste lijnen op papier hadden gezet werd er aan de
andere kant van het veld ook gevoerd en, foetsie, weg waren ze. Maar
de koffie was goed en even later ging de zon weer schijnen. O.k. dan
maar naar de vogels. In de rieten stoeltjes was het goed zitten en
er waren een paar prachtige dieren. Weer werd er aan onze kant
gevoerd en deze keer bleven ze wat langer staan. Totdat, alweer aan
de andere kant van het veld, een man begon te voeren. “Hé, kom
hierheen met je voer, onze modellen lopen weg!” De man was zo
vriendelijk om naar onze kant te komen. Na enige tijd kregen we door
hoe je met bewegende objecten moest omgaan. Je begint te tekenen en
als ze weglopen begin je gewoon aan een ander dier. Het eerste dier
komt na verloop van tijd weer je kant op en dan kun je ermee verder
gaan. Zo kregen we toch wat vogels op papier. Een van ons nam het
zekere voor het onzekere en tekende de duiventil. We zijn op diverse
plaatsen geweest. Bij het Peizerdiep regende het pijpenstelen maar
grote paraplu’s hielden ons droog. Ook de open achterklep van de
auto hield regen en wind tegen. Gerda had net de koffie geserveerd
toen een forse windvlaag mijn paraplu pakte. Het handvat sloeg tegen
mijn koffiekopje dat zich precies boven mijn hoofd omkeerde. Brr,
wat een narigheid. Ook bij het boerderijtje van Puck hebben we
getekend, zelfs tweemaal. Puck heeft een heerlijke wilde tuin met
veel schilderachtige hoekjes. Haar stookhut, overwoekerd met
clematis, was een dankbaar onderwerp. Vaak hoorde je verzuchten:
“hè, die staat tenminste stil!”
Bij de
kanovijver stond, heel comfortabel, een picknicktafel en daar
genoten we van het mooie weer, de vele kleuren groen en blauw en
natuurlijk van de koffie uit de thermosfles.
Buiten
schilderen valt niet mee. Als het warm is droogt de acrylverf snel
op. We probeerden van alles. Plakkaatverf, aquarel, kleurpotloden en
pastelkrijt.
Zodoende hebben we veel
ervaring opgedaan en vooral veel plezier gehad en allen vonden dat
dit voor herhaling vatbaar is.

BUITEN SCHILDEREN 2
Resumé Paula Radius
Het
dubieuze genoegen van schilderen in de open lucht...
Van
Monet, Van Gogh, Pissarro en zoveel andere impressionisten is bekend
dat ze naar buiten togen om daar inspiratie op te doen voor hun
landschappen. Dit ‘plein air’ schilderen werd mogelijk doordat
ergens in de tweede helft van de 19e eeuw de verf in ijzeren tubes
kon worden aangekocht. Tot dan toe moesten de schilders zelf hun
verf aanmaken. [...]. Toen dit ambachtelijk vervaardigde product
eenmaal in hanteerbare containers werd verpakt, stelde het de
gebruiker ook in staat om er zijn atelier mee uit te gaan. En omdat
de impressionisten hoogst nieuwgierig waren hoe het licht plotseling
boven het land van intensiteit, kleur en aard kon veranderen en dat
ook wilden vastleggen, moesten ze wel over een comfortabele manier
van het transporteren van hun schildergerei zorgen. Overigens, erg
prettig vonden de meesten het werken in de openlucht niet.
Plotselinge windvlagen, regenbuien, maar ook een stekende zon konden
het schildersplezier danig verstoren. Je ziet dan ook dat de
‘buitenschilders’ naar omstandigheden zochten om hun verblijf in de
open lucht zo beschut mogelijk te maken.
Monet
schilderde zijn gezichten op de westgevel van de kathedraal van Rouen.
Op uiteenlopende tijden en onder wisselende lichtomstandigheden vanuit
het raam van een naburig hotel. Menig werk ontstond dan ook vanaf een
terras of een balkon. Denk aan de beroemde boulevardgezichten in een
stad als Parijs of langs de Franse zuidkust.
...en
de concrete resultaten daarvan.
Onderzoek
naar een zeegezicht van Armand Guillaumin uit 1892 met de titel ‘De zee
bij Saint-Palais’ heeft aangetoond dat er in de op dat moment nog natte
verfmassa korreltjes zand zijn ingewaaid.
In een
schilderij van Gustave Caillebotte met de titel ‘Het drogen van de was
aan de oever van de Seine’ uit 1892 zitten plantenresten verstopt. In
dit geval bladknopjes van een populier. (de was hing aan een lijn tussen
twee populieren).
De
verbinding tussen het onderwerp en de uitbeelding is zo wel heel erg
treffend geworden. Maar waarschijnlijk is, dat de kunstenaar bewust in
zijn atelier deze materialen
in zijn
verf verwerkt heeft, omdat het formaat van het schilderij te groot was
(105 x 150 cm) om er buiten mee rond te sjouwen.
Zulke
vondsten zorgen ervoor dat de schilder zelf een eeuw later nog op
heterdaad bij zijn werk is te betrappen..
Uit:
Trouw, 17 juli 2008
ADVERTENTIES
Op vertoon
van uw ledenkaart krijgt u bij onze adverteerders korting
|